Op 8 juni 2015 is de Interchange Fee Verordening (Interchange Fee Regulation, IFR) van kracht geworden die gaat over de afwikkelingsvergoedingen (Interchange Fees) die banken en andere betaaldienstverleners elkaar betalen voor betaaltransacties gedaan met betaalpassen. Deze Verordening heeft als doel te zorgen voor meer transparantie in de kosten, een lagere standaard Interchange Fee in Europa en een betere werking van de interne markt tegen zo laag mogelijke (maatschappelijke) kosten.

Hoe zitten de tarieven in elkaar voor kaartbetalingen?
Voor iedere kaartbetaling die een ondernemer ontvangt, wordt door de ondernemer een transactievergoeding betaald. Deze vergoeding is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • Afwikkelingsvergoeding (Interchange Fee) – vergoeding die de betaaldienstverlener van de begunstigde betaalt aan de betaaldienstverlener van de betaler;
  • Kaartschemavergoeding (Scheme- of Brandfee) – tarief dat de betaaldienstverlener moet betalen voor de diensten die door het kaartschema worden geleverd bij de uitvoering van een transactie (bijv. VISA, MasterCard, Maestro, V-PAY);
  • Servicevergoeding – deze wordt betaald voor onder meer het verwerken van de kaartbetaling, beveiliging en het bijschrijven en de rapportering daarover. Het verwerkingsdeel heet ook wel ‘processing fee’.

De Verordening heeft alleen betrekking op het inzichtelijk maken van de Interchange Fee; dus maar een deel van het tarief dat ondernemers betalen.

Wat bepaalt de hoogte van de Interchange Fee?
De hoogte van de Interchange Fee hangt af van het type betaalpas (debet of credit, particulier of zakelijk), het land waar de betaalpas is uitgegeven, de acceptatievorm (fysieke winkel of online) en beveiligingstechnologie.

Betaalkaartorganisaties, zoals MasterCard en Visa, stellen in principe de standaard Interchange Fees vast, maar laten ruimte voor bilaterale afspraken tussen banken om lagere fees te hanteren. Op grond van de Interchange Fee Verordening zijn de afwikkelingsvergoedingen voor kaartbetalingen met particuliere kaarten uit Europa vanaf 9 december 2015 gemaximeerd. De bedoeling van deze maximering was om de tarieven binnen Europa op een lager niveau te krijgen. Die tarieven verschillen vanouds heel erg tussen landen. De Nederlandse tarieven behoren tot de laagste tarieven binnen Europa.

Sinds de invoering van de verordening is de Interchange Fee:

  • Voor debetkaartbetalingen (pinbetalingen) maximaal 0,2% van de transactiewaarde
  • Voor creditkaartbetalingen maximaal 0,3% van de transactiewaarde.

De Verordening heeft het over een percentage omdat het in het buitenland gangbaar is om een transactietarief in de vorm van een percentage van het aankoopbedrag te berekenen. In Nederland berekenen we het transactietarief voor debetkaarttransacties niet met een percentage per transactie, maar bijna altijd met een vast bedrag per transactie. In Nederland is dan ook gekozen voor een lidstaatoptie binnen de Verordening: in Nederland mag de Interchange Fee maximaal € 0,02 op een debetkaarttransactie bedragen.

Deze lidstaatoptie loopt tot en met 8 december 2020. Dit zijn de dus de randvoorwaarden waarbinnen de tarieven die aan u als retailer worden doorberekend worden vastgesteld.

Wat betekent dit voor de ondernemer?
Het merendeel van de kaartbetalingen die u ontvangt zijn pintransacties gedaan met een betaalpas van een Nederlandse bank. In Nederland hebben de meeste Nederlandse banken voor het binnenlandse toonbankbetalingsverkeer met pinpassen afspraken gemaakt. Deze afspraak is als volgt: de onderlinge Interchange Fee bedraagt nagenoeg altijd ca. € 0,01 per transactie, ongeacht de hoogte van het transactiebedrag. Deze gekozen oplossing is voor het gros van de ondernemers gunstig. Alleen wanneer uw gemiddelde bonbedrag lager is dan € 5,- betaalt u meer dan wanneer gekozen zou zijn voor de 0,2%-regeling volgens de Verordening. Voor een enkele individuele ondernemer kan de Nederlandse situatie dus ongunstiger uitpakken .

Ook als u veel creditcards ontvangt is de situatie anders dan voor de meeste ondernemers. Dat is best ingewikkeld. Er geldt dan wel een maximering voor particuliere Visa en Mastercard-creditcards van binnen Europa. Deze bedraagt 0,3% van de transactiewaarde. Maar er geldt geen maximering voor zakelijke creditcards (van welk merk dan ook) en voor creditcards van buiten Europa.

In veel landen was de Interchange Fee een belangrijke kostenpost die bovendien sterk kon wisselen per klant. De Verordening maximeert de Interchange Fee. Het belang in Nederland is beperkter omdat het overgrote deel van de betalingen debetkaartbetalingen zijn, de Interchange Fee in Nederland al laag is en ervoor gekozen is om te werken met een vast bedrag per transactie, ongeacht de hoogte van het transactiebedrag.

Rapportageverplichting vanuit de Verordening
In de Verordening zijn ook verplichtingen opgenomen ten aanzien van de wijze waarop betaaldienstverleners moeten rapporteren aan hun zakelijke klanten over de berekende Interchange Fee per betaling, dit betreft Artikel 12 uit de Verordening.

Zoals gezegd, de Nederlandse situatie wijkt sterk af van de rest van Europa. Naast het feit dat we in Nederland nagenoeg altijd werken met een vast tarief per pintransactie, wordt 99% van de transacties aan de toonbank afgehandeld met Nederlandse debetkaarten. Deze debetkaartbetalingen worden voor 99% afgehandeld tegen het bilaterale Interchange tarief van € 0,01.

Als je dit per transactie zou rapporteren, dan leidt dit tot rapportages met duizenden transactieregels met in elke regel hetzelfde tarief: een tarief van € 0,01. Dat is weinig zinvol. Vertegenwoordigers van de toonbankinstellingen hebben daarom samen met de banken afgesproken om tot 9 december 2020 (wanneer de huidige lidstaatoptie afloop) om kosten te besparen en onnodige administratieve rompslomp te voorkomen, dat ondernemers alleen een detailrapportage ontvangen wanneer zij daar zelf nadrukkelijk om vragen. Die mogelijkheid om er nadrukkelijk om te vragen is ingebouwd, omdat het voor een klein deel van de ondernemers wel interessant kan zijn om extra inzicht vanuit een detailrapportage te hebben. Wilt u weten of dat ook voor u geldt? Bekijk dan de criteria in onderstaand kader.


Wanneer is extra informatie over de Interchange fee (IFR) mogelijk wel interessant en wanneer niet?

Extra informatie is niet interessant als één of meer van de volgende criteria op u van toepassing is:

• U werkt alleen op Nederlands grondgebied
• U hebt in uw bedrijf minder dan 25.000 (kaart-)transacties per maand
• U accepteert enkel Maestro-en V-PAY-betalingen (dus alleen debetkaartbetalingen) en geen creditcards
• U accepteert wel creditcards, maar dat het aandeel is minder dan 20% op het totale aantal (kaart-)transacties

Extra informatie is mogelijk wel interessant als een of meer van de volgende criteria op u van toepassing is:

• U werkt niet alleen op Nederlands grondgebied, maar ook daarbuiten
• U hebt in uw bedrijf meer dan 25.000 (kaart-)transacties per maand
• U accepteert creditcards en het aandeel is meer dan 20% van het totale aantal (kaart-) transacties


 

Bookmark and Share